30 augustus 2019

Meewerkend voorman/vrouw zijn is lastig

Klantvraag:

In een ziekenhuis in Noord Holland werkt een groep van ruim 120 paramedisch specialisten. Zij worden aangestuurd door 3 afdelingsmanagers. Om de kloof tussen de dagelijkse praktijk en de leiding te dichten zijn er per specialistengroep seniors aangesteld. Deze seniors hebben op eigen initiatief onze hulp gevraagd: Hoe kunnen wij de rol van meewerkend voorman/vrouw goed vervullen?

 

Doel:

Na een eerste gesprek met een deel van de seniors, kwamen de doelen van het programma op tafel: 1: Meer gebruik maken van elkaars kwaliteiten (maar kennen we die eigenlijk wel??). 2: Hoe gaan we om met weerstand van collega’s  (maar waar komt die weerstand vandaan??). 3: Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan (maar hoe ga ik dat doen??).

 

Werkwijze:

De seniors hebben ter voorbereiding een gedragsstijlen test gedaan. Op deze manier hebben zij kennis gemaakt met de theorie van hun eigen voorkeursgedrag. Hiermee zijn we tijdens de 1e bijeenkomst praktisch aan de slag gegaan. Zo ontdekten de seniors ook welke gedragsstijlen de collega’s hebben en hoe je hiermee om kunt gaan. Onbekende kwaliteiten werden blootgelegd en elkaars werkwijze is gedeeld. Tijdens de 2e bijeenkomst hebben we vooral geoefend met cases vanuit de seniors zelf. In de vorm van het nabootsen van reële situaties (zoals vergadering of een gesprek in de wandelgangen) hebben de seniors het effect ervaren van hun eigen gedrag en communicatie. Het uitwisselen van de feedback van de collega’s gaf inzichten en werd direct toegepast tijdens de oefening.

Resultaat:

De seniors hebben afspraken gemaakt om structureel, over de verschillende specialisaties heen, meer samen te werken en doen dit nu in de vorm van buddys. De voorheen onbekende kwaliteiten van elkaar worden nu beter gebruikt. De inzichten over hun ‘beperkte invloed’ geven rust. Het voornemen is er om, onder begeleiding van creScom, regelmatig te blijven oefenen.